In Nederland zijn er nieuwe regels voor pensioen. Alle pensioenfondsen moeten uiterlijk 1 januari 2028 over naar het vernieuwde pensioenstelstel. BpfBOUW heeft besloten om per 1 januari 2026 over te gaan naar het vernieuwde pensioen.
Veel dingen blijven hetzelfde. Je blijft via je werkgever pensioen opbouwen. Ook krijg je, net als nu, als je met pensioen bent elke maand (zolang je leeft) pensioen van bpfBOUW.
Wat verandert er?
● Pensioenpot
Iedereen krijgt straks een eigen pensioenpot. Daar gaat de pensioenpremie in die je samen met je werkgever betaalt. Je ziet straks hoeveel geld er in je pensioenpot zit. Het pensioen dat je voor 1 januari 2026 bij bpfBOUW hebt opgebouwd, gaat in je pensioenpot. Het geld van alle pensioenpotten samen wordt belegd door bpfBOUW. De resultaten van deze beleggingen worden verdeeld over de pensioenpotten. Om te voorkomen dat het pensioen daalt wanneer de economie tegenzit, wordt een solidariteitsreserve opgebouwd die kan worden ingezet. Hier wordt dan geld uitgehaald om jouw pensioenpot mee aan te vullen.
Deze regeling is een beschikbare premieregeling. Dit betekent dat er niet een vaste pensioenuitkering wordt beloofd maar dat jaarlijks een vooraf bepaalde premie wordt toegekend. De uiteindelijke pensioenuitkering hangt dus af van de ingelegd premies en het behaalde rendement met de beleggingen.
● Compensatie
In de oude pensioenregeling dragen jongere deelnemers bij aan het pensioen van oudere deelnemers, omdat het geld dat je voor je pensioen opzijzet als je jong bent langer kan groeien. Dezelfde inleg van jonge deelnemers levert dus meer op dan de inleg van oudere deelnemers.
In de nieuwe regeling krijgt iedereen een eigen pensioenpot en gaat er niet langer een deel van jongeren naar ouderen. Dat mag niet meer volgens de nieuwe pensioenregels. De groep van 28 jaar tot en met 67 jaar heeft mogelijk recht op compensatie. Deelnemers die rond de 51 jaar oud zijn krijgen de grootste compensatie, omdat zij het meeste nadeel hebben van de verandering van de manier van pensioen opbouwen. Zijn hebben in hun jonge jaren wel een stukje bijdragen aan het pensioen van ouderen, maar krijgen dit zelf niet meer. Bij de overstap naar het vernieuwde pensioen van bpfBOUW ontvangen zij de grootste een vergoeding.
● Nabestaandenpensioen wordt partner- en wezenpensioen
De naam van nabestaandenpensioen verandert naar partner- en wezenpensioen. Je partner krijgt in het geval van overlijden partnerpensioen en je kinderen krijgen wezenpensioen. Je partner krijgt dit net als nu vanaf het moment dat je overlijdt en jouw pensioen nog niet is ingegaan. Het partnerpensioen bestaat straks uit twee delen. Het eerste deel is een percentage van je laatste loon en loopt zolang je partner leeft. Het tweede deel is een tijdelijk partnerpensioen. Dat is een bedrag dat je partner krijgt tot uiterlijk de datum waarop je partner de AOW-leeftijd bereikt. Je kinderen krijgen wezenpensioen tot ze 25 jaar oud zijn. Ook dit is een percentage van je laatste loon.
Er is nog een wijziging. Volgens de huidige regels krijgen je partner en kinderen pensioen(uitkering) als je in de tussentijd uit dienst bent gegaan (in de bouw). Onder de nieuwe regels krijgen ze alleen pensioen als je actief deelneemt aan de pensioenregeling van bpfBOUW (op het moment van overlijden). Het partner- en wezenpensioen dat je tot 1 januari 2026 opbouwt, blijft staan en wordt uitgekeerd bij overlijden. Ook als je niet meer actief deelneemt aan de pensioenregeling van bpfBOUW.
Meer informatie?
Bekijk de volgende video: https://youtu.be/kPGr0i04S0U of kijk op https://www.bpfbouw.nl/pensioen-bij-bpfbouw/vernieuwd-pensioenstelsel.
Heb je vragen? Neem dan contact op met Paul Wellens of Celine Altena. Je hebt ook de mogelijkheid om een persoonlijk pensioengesprek in te plannen dit kan via https://www.bpfbouw.nl/contact/persoonlijk-gesprek.